Begraafplaats ’t Loo

Bergeijk ‘t Hof kent naast een protestante en katholieke begraafplaats ook een ‘gesloten kerkhof’: Terrein om of nabij een kerk gelegen waar stoffelijke resten van overledenen begraven worden. In de Middeleeuwen vaak met een grote economische en sociale rol als plaats voor vergaderingen, markten, bijeenkomsten en als speciaal kerkgebied. Vanaf de 16de en 17de eeuw voornamelijk een plaats om de doden te begraven.
Het kerkhof bij de monumentale Hofkerk in Bergeijk, het voormalige Petruskerkhof is zo’n gesloten kerkhof. Hoewel het kerkhof een katholieke signatuur heeft, is het eigendom van de gemeente Bergeijk.

De St. Petrus Bandenkerk of Hofkerk zou rond 960 gesticht zijn door de bisschop van Keulen. Door de eeuwen heen kwamen omwonenden uit naburige dorpen en gehuchten naar Bergeijk om hun geloof te belijden en om hun doden te begraven. Dat betekent dat op het kerkhof van de Hofkerk de bewoners van onder andere Luyksgestel, Westerhoven, Dommelen, Borkel en Riethoven hun laatste rustplaats vonden. Tenminste, tot deze kernen hun eigen parochie kregen.
In hoeverre er in de monumentale kerk van Bergeijk destijds ook begraven is, blijft onduidelijk. Van oudsher werden de doden veelal in de kerk begraven. Was de kerk te klein, dan werd als eerste het arme deel van de bevolking begraven op het kerkhof. Het geestelijke en het meer vermogende deel van de bevolking liet zich graag begraven in de kerk, zo dicht mogelijk bij het koor. In 1818 werden bij het vernieuwen van de kerkvloer slechts twee grafzerken aangetroffen, beiden van de familie Wachtelaars. Een van de zerken betrof een priestergraf en was versierd met de afbeelding van een kelk.

Het kerkhof, het hof rond de kerk, had duidelijk niet alleen de functie van begraafplaats. Over het algemeen werd slechts een deel van het hof rond de kerk gebruikt als begraafplaats. Het was niet ongebruikelijk dat op een ander deel markt werd gehouden. In Bergeijk lag het kerkhof voor de doden op de noordzijde en langs het oostelijk deel van de kerk naar het zuiden toe. Aan de noord- en oostzijde was het kerkhof door een stenen muur en enkele poorten afgesloten. Tot 1780 bestond nog een muur aan de zuidzijde van het kerkhof, bij de tuin van de woning van de schoolmeester. Niet lang daarna moet de muur rond het kerkhof gesloopt zijn en vervangen door een heg. In 1837 werd de heg met hout omheind. Wanneer de huidige kerkhofmuur is aangelegd is niet bekend.
Op het oude kerkhof zullen waarschijnlijk weinig zerken hebben gelegen. Panken noemt een ‘zerkenkruis’ met het opschrift Jan Quackkeler, dat in 1840 op het kerkhof moet hebben gestaan en in 1902 op zijn kosten is teruggeplaatst. Mogelijk hebben er meerdere stenen kruizen gestaan, maar waarschijnlijker is het gebruik van houten grafmonumenten in vroeger tijden. Ten minste als er al grafmonumenten werden gebruikt. De meeste graven zullen geen grafmonument hebben gehad.
Meer informatie is te vinden op de website Dodenakkers.

Woord van de Fotograaf
Op een zonnige najaarsmiddag besloot ik enkele kerkhoven in de regio te bezoeken. Op de één of andere manier had ik moeite om de kleine begraafplaats ’t Loo te vinden. De sfeer was meer dan bijzonder te noemen, niets dan zand rond de graven wat met het warme zonlicht voor een aparte sfeer zorgde. Momenten als dit maken dat ik zo graag vastleg wat ik tijdens mijn bezoeken aan begraafplaatsen waarneem.

Geef een reactie