Oude Kerkhof Roermond

De officiële naam voor dit kerkhof is: ‘Begraafplaats Nabij de Kapel in ’t Zand’.  In plaats van deze officiële benaming voor de begraafplaats aan de Kapellerlaan spreekt men in Roermond kortweg over het “oude kerkhof”, of op zijn Roermonds: “den aje kirkhaof”. Deze begraafplaats is onder andere uniek te noemen door de natuur (flora en fauna), de verscheidenheid aan graven en grafsoorten en de 47 grafkelders. De begraafplaats zelf is een monument, maar ook de muren en verschillende grafmonumenten op zich staan op de monumentenlijst.

Het is één van Nederlands oudste dodenakkers. Haar geschiedenis begint in het jaar 1785, nadat bij keizerlijk edict (De Zuidelijke Nederlanden, waartoe Roermond hoorde, stonden onder het gezag van de keizer Jozef II) werd verboden mensen binnen kerkgebouwen of zelfs binnen de stadsmuren te begraven. Op een plek waar zich reeds een oude joodse begraafplaats bevond, vond men de ideale plaats om aan wet en regelgeving te voldoen. De oude Joodse begraafplaats lag immers buiten de muren van de stad. Volgens Joodse wetten is een begraafplaats (ofschoon gewijd) onrein. Binnen de muren van de stad kan geen plaats zijn voor iets wat onrein is. Op de Begraafplaats Nabij de Kapel in ’t Zand werd begraven tot 1948 (uitgezonderd op het nieuwe Joodse deel).
Het kerkhof is opgedeeld in een aantal delen: het Katholieke deel, Hervormde deel, het oude Joodse deel, het nieuwe Joodse deel en het verloren kerkhof.
Het katholieke deel is verreweg het grootst. De graven zijn gerangschikt in klassen. De eerste klasse zijn graven met eeuwigdurend grafrecht. Zij bevinden zich langs het breedste pad. Iets meer naar links en naar rechts bevinden zich de graven van de tweede en derde klasse en helemaal aan de buitenkant, langs de muren, bevinden zich de graven van de vierde klasse. Onder de eerste klasse bevindt zich de elite. Prachtige grafmonumenten, heiligenbeelden (enkele van massief brons) en grafkelders van personen van naam en faam bevinden zich hier. Onder de vierde klasse bevinden zich de mensen van de straat: zij die niet eens geld hadden voor brood, laat staan hun eigen begrafenis en die op kosten van de gemeente werden begraven.
Het protestantse deel (of beter gezegd: het Nederlands-hervormde deel) is het op één na grootste deel en bevindt zich aan de linkerzijde van de begraafplaats. Ook hier vele oude en markante graven en grafkelders.
Het oude Joodse deel bestond al vóór 1785. Het ligt ingesloten tussen muren en het is te bereiken via een kleine doorgang op het protestantse deel. Op dit moment zijn er nog zes grafstenen te zien, alle volledig in het Hebreeuws geschreven, met overlijdensdata rond 1850.
Het nieuwe joodse deel bevindt zich helemaal achterin op de begraafplaats en is toegankelijk via een kleine doorgang in de muur met het katholieke deel. Voor rouwstoeten is er tevens een aparte toegangspoort, zodat men vanaf de straat meteen op de joodse begraafplaats kan komen, zonder eerst over het katholieke deel te hoeven gaan.

Het verloren kerkhof bevindt zich  helemaal achterin en wordt niet apart door muren afgesloten. Hier liggen de personen begraven die geen gezindte toebehoorden, zelfmoord pleegden of werden aangespoeld door de Maas. Bij het Verloren Kerkhof is ook een heg waaronder de ongedoopte kinderen werden begraven. Eigenlijk zouden deze (volgens de toenmalige kerkelijke wetten) zelfs achter de heg moeten worden begraven, in ongewijde aarde. Om het verdriet van de ouders niet nog groter te maken, werd gekozen voor het begraven onder de heg.

Het Lijkenhuisje bevindt zich ook achter in het terrein, nabij het nieuwe Joodse deel en het Verloren Kerkhof. Bij rondleidingen door de Stichting Oude Kerkhof kan het Lijkenhuisje bezichtigd worden.

Ieder graf is een monument op zich met een eigen verhaal. Maar enkele graven verdienen een nadere uitleg. Deze zijn te vinden op Wikipedia
(Bron: Wikipedia, zie ook de site van De Stichting Oude Kerkhof & Historie Roermond)

Woord van de Fotograaf
Wat mij voor we deze begraafplaats bezochten vooral fascineerde, en wat ik naderhand niet goed terug kon vinden, was het idee dat er zoveel grootse graven te vinden waren van kermis exploitanten. De zogenaamde ‘kermisadel’( Benner, Wolfs, Nizet, Kunkels). Zij zijn vaak bijgezet in enkele van de ruim vijftig aanwezige grafkelders op deze begraafplaats. Dit deed me denken aan de graven in Lloret de Mar,  en het grootse gebaar dat na de dood als tastbare herinnering stand bleef houden, tot verval zijn intrede deed. Het welbekende graf van de handjes was natuurlijk aandachtspunt, helaas werd die ten tijde van mijn bezoek gerestaureerd en heb ik er geen foto’s van gemaakt. Mijn collectie tot nu toe is ook nog maar beperkt omdat er veel tijd in sluipt om een selectie te maken en deze geschikt te maken voor weergave op mijn site. Dus mocht je geïnteresseerd zijn in de door mij gemaakte foto’s van deze begraafplaats kom rustig nog eens terug want ik ben van plan meer toe te voegen.

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie